Via deze website proberen wij het aanvullend pensioen chemie op eenvoudige wijze uit te leggen.

Op de pagina’s “werkgever” van de website wordt toegelicht wat voor een werkgever belangrijk is met betrekking tot het aanvullend pensioen chemie. Op de pagina’s bestemd voor de werknemer wordt de werking van het aanvullend pensioen chemie toegelicht.

Wanneer en hoe werd het sectorplan ingevoerd ?

Op 5 augustus 2010 werden er 2 collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten met betrekking tot aanvullend pensioen, respectievelijk voor de arbeiders en voor de bedienden in de chemiesectoren (paritair comité 116 en 207). Zij voeren een sectoraal aanvullend pensioenstelsel in vanaf 1 januari 2011. Wij noemen dit sectoraal aanvullend pensioen het “aanvullend pensioen chemie”. Nadien volgden nog meerdere collectieve arbeidsovereenkomsten die het sectoraal aanvullend pensioen chemie aanpasten. U vindt ze hier op deze website.

De initiatiefnemer of inrichter is een Fonds Voor Bestaanszekerheid (FBZ) dat paritair beheerd wordt. In het beheerscomité van dit FBZ zitten dus zowel vertegenwoordigers van vakbonden als van bedrijven.

Het sectoraal aanvullend pensioen chemie wordt beheerd als een groepsverzekering van het type “vaste bijdragen” (“defined contribution”) en wordt enkel opgebouwd uit werkgeversbijdragen, dus zonder een persoonlijke bijdrage van de werknemer. De verzekeringsmaatschappij is AG Insurance.

Is een ondernemingen verplicht om deel te nemen aan het aanvullend pensioen chemie ?

Aangezien de sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten die het aanvullend pensioen chemie invoeren algemeen verbindend werden verklaard, geldt het aanvullend pensioen chemie verplicht voor alle ondernemingen die personeel tewerkstellen en behoren tot één van de paritaire comités voor de chemiesector (PC 116 en PC 207), en op wie de sectorale cao tot invoering van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel chemie van toepassing is.

De sectorale collectieve arbeidsovereenkomst maakt het voor sommige ondernemingen die aan een aantal voorwaarden voldoen, mogelijk om niet deel te nemen aan het aanvullend pensioen chemie. Zij moeten daartoe binnen vastgestelde termijnen een aanvraag doen, en er voor zorgen dat er binnen de onderneming minstens een gelijkwaardig aanvullend pensioen bestaat voor hun werknemers. Deze ondernemingen vallen ‘buiten het toepassingsgebied’.

Welke ondernemingen vallen ‘buiten het toepassingsgebied’ van het sectoraal aanvullend pensioen chemie ?

  1. Ondernemingen opgericht vóór 1/1/2011 konden een vrijstelling krijgen omdat…

Omdat ze dit bij de opstart van het sectoraal aanvullend pensioen chemie vroegen, en daartoe konden bewijzen dat ze een eigen aanvullend ondernemingspensioenstelsel hadden dat minstens gelijkwaardig was aan dat van de sector. Die gelijkwaardigheid werd bewezen aan de hand van een “verklaring van de werkgever” en een “attest van de actuaris” en werd vastgesteld in het paritair comité. De betrokken ondernemingen werden van die beslissing op de hoogte gebracht. De beoordeling van de gelijkwaardigheid gebeurde apart voor bedienden en voor arbeiders. Het zou dus kunnen dat een onderneming wel aangesloten is aan sectoraal aanvullend pensioen chemie voor arbeiders, maar niet voor bedienden (of omgekeerd), of voor beide groepen buiten het toepassingsgebied is.

De betrokken ondernemingen moesten in 2016 naar aanleiding van een bijdrageverhoging opnieuw het bewijs leveren van gelijkwaardigheid om buiten het toepassingsgebied te kunnen blijven.

Naar aanleiding van de opstart van het sectoraal aanvullend pensioen chemie in 2011 kon er dus éénmalig gevraagd worden om buiten het toepassingsgebied te blijven.

 

  1. Nieuwe ondernemingen in de chemiesector na 1/1/2011 (“nieuwe ondernemingen”) konden een vrijstelling krijgen omdat…

Omdat ze dit tijdig vroegen, “een band hebben met een onderneming die al buiten toepassingsgebied was”, en konden bewijzen dat ze een eigen aanvullend ondernemingspensioenstelsel hadden dat minstens gelijkwaardig was aan dat van de sector.

De voorwaarden en procedure om buiten het toepassingsgebied te kunnen blijven, worden toegelicht in het deel “een nieuwe onderneming of structuurwijziging” van deze website.

Hoe moet de onderneming de bijdragen voor het sectorpensioen betalen ?

De onderneming die deel neemt aan het aanvullend pensioen chemie hoeft hiervoor niets te doen. De bijdrage wordt, per kwartaal, samen met de sociale bijdragen door de RSZ geïnd.

De bijdrage aan het sectorplan worden weergegeven onder de dmfa-codes 825 (arbeiders) en 835 (bedienden). U kan dus aan de hand van deze codes  controleren of u bijdragen betaalt voor het sectorplan.

Een werkgever dient een bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 8,86% te betalen op iedere werkgeversbijdrage voor aanvullend pensioen. Die socialezekerheidsbijdrage is al inbegrepen in de bijdragevoet die de RSZ inhoudt. De 8,86% wordt dus niet apart geïnd.

Hoeveel betaalt de werkgever voor het aanvullend pensioen chemie ?

Sinds 1 januari 2017 moet een werkgever voor iedere werknemer die aangesloten wordt aan het aanvullend pensioen chemie en die tijdens een bepaald kwartaal tewerkgesteld is en loon ontvangt, een bijdrage betalen gelijk aan 0,85 % van het aan de RSZ onderworpen loon, met een minimum van 57,41 EUR voor dat kwartaal.

Voor arbeiders wordt het aan de RSZ onderworpen loon vermenigvuldigd met 108 %. Het “aan RSZ onderworpen loon” omvat ook de eindejaarspremie

Van 1 januari 2011 tot en met het eerste kwartaal van 2016 bedroeg de sectorale pensioentoelage 0,2297 % van het aan de RSZ onderworpen loon, met een minimum van 57,41 EUR voor dat kwartaal, voor iedere aangeslotene die tijdens een kwartaal tewerkgesteld was. Voor het tweede, derde en vierde kwartaal van 2016 bedroeg de sectorale pensioentoelage 0,96 % van het aan de RSZ onderworpen loon, met een minimum van 57,41 EUR voor dat kwartaal, voor iedere aangeslotene die tijdens dat kwartaal tewerkgesteld was.

In het loonpercentage en in het bedrag van 57,41 EUR zijn alle beheerskosten voor het aanvullend pensioen chemie inbegrepen.

Er geldt een bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 8,86% op iedere werkgeversbijdrage voor aanvullend pensioen. Die socialezekerheidsbijdrage wordt samen met de bijdrage voor het aanvullend pensioen geïnd. De totale bijdrage (“all-in”) bedraagt aldus 0,92531 % (0.85 % x 1,0886).

Zorgt het aanvullend pensioen chemie voor bijkomende administratieve lasten voor de werkgever?

Neen, heel de administratieve afhandeling van het sectoraal pensioenstelsel gebeurt op basis van gegevens die verzameld worden via de Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid. Er wordt gebruik gemaakt van de  gegevens over de werknemers die door de werkgever reeds aangegeven zijn bij  de sociale zekerheid. Die werkwijze werd gekozen omdat op die manier er niets moet gevraagd worden aan de werkgevers, en zij dus ook helemaal geen bijkomend administratief werk met het pensioenstelsel zullen hebben.

Moet ik als werkgever iets ondernemen om nieuwe werknemers aan te sluiten ?

Neen. Wanneer u de intrede van een nieuwe werkgever officieel meldt via de Dimona aangifte, komt die informatie via het netwerk van de Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid terecht bij de pensioeninstelling, die de betrokkene dan automatisch zal opnemen in het aanvullend pensioenstelsel. U hoeft dus niets te doen. Heel de administratieve afhandeling van het sectoraal pensioenstelsel gebeurt immers op basis van gegevens die verzameld worden via de Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid, en die gegevens hebt u al doorgegeven bij uw personeels- en salarisverwerking.

Moet een werkgever informatie over het aanvullend pensioen chemie aan zijn werknemers geven ?

De verzekeringsmaatschappij stuurt informatie over de pensioenrechten van de werknemer naar zijn of haar thuisadres, onder de vorm van een jaarlijkse pensioenfiche met de stand van het pensioenspaargeld. De werkgever hoeft ook hier  niets te doen, de verzekeringsmaatschappij zal de werknemer rechtstreeks informeren. Misschien zullen sommige van uw werknemers u bevragen over hun aanvullend pensioen chemie. U vindt heel veel informatie die u kan helpen om een goed antwoord te geven op deze website. U kan ook altijd verwijzen naar de website mypension.be. Via deze website kan de werknemer met zijn e-ID inloggen om een duidelijk en compleet overzicht te krijgen van zijn aanvullend pensioen. Hij vindt er ook informatie over het pensioenbedrag dat hij kan verwachten bij pensionering.

Ex-werknemers die ooit bij de onderneming gewerkt hebben, ontvangen geen jaarlijkse pensioenfiches, maar kunnen de informatie over hun pensioenrechten terugvinden via mypension.be.

Kan een werkgever voor zijn werknemers vrijwillig een hogere bijdrage storten?

Dat kan niet in het aanvullend pensioen chemie. Ondernemingen kunnen een hoger aanvullend pensioen voor hun medewerkers voorzien door bijkomendzelf een groepsverzekering te sluiten met een verzekeraar naar keuze.

Welke formaliteiten moeten worden vervuld als een onderneming die uitgesloten is van het aanvullend pensioen chemie (buiten het toepassingsgebied is), beslist om haar gelijkwaardig ondernemingsplan stop te zetten of te wijzigen?

De sectorale collectieve arbeidsovereenkomst voorziet in een meldingsplicht voor werkgevers die hun ondernemingsplan stopzetten of wijzigen, waardoor niet langer voldaan is aan de voorwaarde van gelijkwaardigheid . Deze werkgevers zijn verplicht om het Fonds voor Bestaanszekerheid uiterlijk drie maanden vooraf daarvan in kennis te stellen via een aangetekend schrijven.

Deze werkgevers zullen worden aangesloten bij het sectoraal aanvullend pensioen chemie vanaf het moment waarop niet meer voldaan is aan de voorwaarde van gelijkwaardigheid.

Werkgevers die de meldingsplicht niet naleven waardoor zij niet tijdig kunnen worden aangesloten aan het sectoraal aanvullend pensioen chemie, zullen met retroactief effect aangesloten worden vanaf de datum waarop niet langer voldaan was aan de voorwaarde van gelijkwaardigheid. Voor het verleden zullen deze werkgevers een eenmalig bedrag moeten betalen dat overeenstemt met:

  • De niet betaalde werkgeversbijdragen
  • Het globale rendement dat zou toegekend geweest zijn op de individuele rekeningen vermeerderd met 2% per jaar
  • Het niet belastbaar karakter van de winstdeelnames die toegekend geweest zouden zijn

In ieder geval is het eenmalig bedrag ten minste gelijk aan dat wat voortvloeit uit de toepassing van het jaarlijks WAP- rendement vermeerderd met 2% per jaar, berekend vanaf het moment waarop de bijdragen betaald hadden moeten worden.

Het Fonds voor Bestaanszekerheid kan bij vermoeden van misbruik, op eigen initiatief controles uitvoeren om na te gaan of een onderneming nog aan de voorwaarden voor gelijkwaardigheid voldoen.

De meldingsplicht geldt dus enkel wanneer niet langer voldaan wordt aan de voorwaarden van gelijkwaardigheid.